Hof Arnhem 30 maart 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BM1571

Vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel. Uit bovenstaande berichten en het ter terechtzitting van het hof verhandelde is naar voren gekomen dat betrokkene weliswaar de in het vonnis vermelde bijzondere voorwaarde van -kort gezegd- toezicht en begeleiding door de Emergis, Justitiële Verslavingszorg, niet heeft nageleefd, maar dat hij op eigen initiatief wel een klinische behandeling heeft ondergaan bij Novadic-Kentron Breda en dat hij deze behandeling met goed gevolg heeft doorlopen. Verder heeft betrokkene verklaard dat hij de ambulante behandeling wil voortzetten. Betrokkene is daarmee de intentie van de bijzondere voorwaarde, te weten het zich begeleidbaar opstellen met betrekking tot zijn verslavingsproblematiek ter voorkoming van het opnieuw plegen van strafbare feiten, alsnog nagekomen. Naar het oordeel van het hof vordert de beoogde strekking van de ISD-maatregel -te weten beveiliging van de maatschappij- thans niet dat de tenuitvoerlegging van de in 2007 voorwaardelijk opgelegde maatregel alsnog wordt bevolen. De daartoe strekkende vordering van de officier van justitie zal derhalve worden afgewezen. Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw van betrokkene is het hof daarbij van oordeel dat een verlenging van de proeftijd van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel niet mogelijk is, daar de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen daarin niet voorzien

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen