Rb. Midden-Nederland 30 januari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:242

Vordering tot tussenkomst van een Stichting van crediteuren van een failliete vennootschap. Zij vordert te mogen tussenkomen in een procedure waarin de curator van deze vennootschap een Peeters/Gatzen-vordering heeft ingesteld tegen de Duitse moedermaatschappij van deze vennootschap. De rechtbank is bevoegd om van deze vordering tot tussenkomst kennis te nemen. Artikel 8 lid 2 Brussel Ibis-Vo (nr. 1215/2012) moet zo ruim worden opgevat dat deze bepaling ook kan worden toegepast als het “gerecht waarvoor de oorspronkelijke vordering aanhangig is gemaakt” zijn bevoegdheid ontleent aan een andere EU-bron dan de Brussel Ibis-Vo, zoals de Insolventieverordening (nr. 1346/2000). De Stichting heeft voldoende belang om tussen te komen. De rechtbank wijst de vordering tot tussenkomst dan ook toe. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2018:2163 en ECLI:NL:RBMNE:2020:1825)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken