Rb. Midden-Nederland 20 maart 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:1048

Wob, einduitspraak Eiseres heeft verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op het inhuren van advocaten voor politieverdachten en politiegetuigen in de zaak Mitch H. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank over de facturen van derde-partij en een overzicht van de kosten van rechtsbijstand door derde-partij overwogen dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van advocaten geen ‘lex specialis’ is die derogeert aan de Wob. Verder heeft de rechtbank verweerder niet gevolgd in zijn standpunt dat verweerder en derde-partij onevenredig benadeeld worden door openbaarmaking van het totaalbedrag aan rechtsbijstand. Verweerder is in de gelegenheid gesteld het motiveringsgebrek te herstellen, maar is daarin niet geslaagd. Verweerder wordt allereerst niet gevolgd in zijn standpunt dat de totale kosten van rechtsbijstand aangemerkt kunnen worden als bedrijfs- en fabricagegegevens. Het totaalbedrag betreft niet de financiële bedrijfsvoering van derde-partij. Verder acht de rechtbank niet aannemelijk dat concurrerende advocaten(kantoren) inzicht zullen verkrijgen in de prijsstelling van derde-partij door openbaarmaking van het totaalbedrag. De omstandigheid dat openbaarmaking van de totale kosten die aan derde-partij zijn betaald tot negatieve publiciteit zal leiden, is een aanname van verweerder. Dit is inderdaad niet ondenkbaar, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat deze benadeling ook onevenredig is. De vraag wat eiseres met een totaalbedrag kan doen, is niet relevant. Dat eiseres naar de mening van verweerder met slechts een totaalbedrag het doel van de Wob, namelijk adequate controle van het bestuur en eventuele misstanden aan de kaak stellen, niet kan dienen, doet niet ter zake. Het belang van openbaarheid staat voorop, en het staat eiseres vrij om het totaalbedrag onder de aandacht van het publiek te brengen, zich daar over uit te laten en er al dan niet conclusies aan te verbinden. Dat openbaarmaking zal leiden tot bedreigingen en verbale en fysieke agressie van het publiek, ook tegen andere dan de bij deze zaak betrokken politieambtenaren, is eveneens een aanname van verweerder, die niet is onderbouwd. Het beroep is gegrond en de rechtbank draagt verweerder op het totaalbedrag dat is betaald aan rechtsbijstand openbaar te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken