Rb. Midden-Nederland 25 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2109
Watervergunning voor waterkrachtcentrale in Borgharen. Relativiteitsvereiste, beroep van concurrent op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Geen aanleiding om artikel 5, tweede lid, van de Beleidsregel watervergunningverlening waterkrachtcentrales in Rijkswateren (de Beleidsregel), dat verlening van de vergunning mogelijk maakt, onverbindend te verklaren/buiten toepassing te laten. Verlening van de vergunning is niet in strijd met de Kaderrichtlijn Water. Vergunningvoorschrift dat maximaal 0.1% vissterfte toestaat, moet strikt worden geïnterpreteerd. Dit volgt uit de tekst van dit voorschrift en uit de Beleidsregel. De StAB heeft, gelet daarop, terecht getoetst aan de hand van een worst case scenario. Conclusie van het advies van de StAB is dat niet met een hoge mate van zekerheid kan worden gegarandeerd dat aan de in de vergunning gestelde norm kan worden voldaan. Het beroep is om die reden gegrond en de vergunning wordt vernietigd. Vergunninghoudster stelt terecht dat het in strijd is met het specialiteitsbeginsel dat verweerder zijn eventuele toekomstige verplichting tot schadevergoeding in de (vernietigde) vergunning heeft ingeperkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3342
- ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:732
- ABRvS 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3703
- ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2084
- ABRvS 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3249
- Rb. Maastricht 13 juli 2011, ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1582
- ABRvS 22 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ3426
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:433