Rb. Midden-Nederland 1 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3157
Praticipatiewet; nieuwe verdeelmodel; exceptieve toetsing De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de regelgeving waarin het model is neergelegd onverbindend is of buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met een hoger wettelijk voorschrift of algemeen rechtsbeginsel. De rechtbank ziet evenmin grond voor het oordeel dat de invoering van het verdeelmodel per 2015 onzorgvuldig is geschied en om die reden in het algemeen of specifiek voor eiser buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank is niet gebleken dat zich in de gemeente Soest specifieke omstandigheden voordoen die vergelijkbaar zijn met die van de gemeente Utrecht in de uitspraak van 26 april 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:2475). Op grond van wat eiser heeft aangevoerd is er geen aanleiding om aan te nemen dat de populatie van Soest in zo sterke mate afwijkt van het landelijke gemiddelde, dat als gevolg daarvan de herverdeeleffecten niet beoogd en voorzien waren. Dat er in het jaar 2015 meer alleenstaanden in de bijstand zaten dan was ingeschat op basis van de CBS-cijfers acht de rechtbank te algemeen. Het verdeelmodel gaat immers (in ieder geval voor het jaar 2015) niet uit van feitelijke gegevens en de kans is groot dat deze omstandigheid ook bij andere gemeenten speelt. Dat de met het verdeelmodel beoogde prikkelwerking niet wordt bereikt is niet gebleken.
De uitspraak op rechtspraak.nl