Rb. Midden-Nederland 19 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:932

Renvooiprocedure. In verband met de strekking daarvan is in een renvooiprocedure geen plaats voor de beantwoording van de vragen of de failliet een vordering heeft op haar moeder/bestuurder/schuldeiser uit hoofde van artikel 2:248 BW, of de failliet vorderingen heeft op haar moeder die zouden kunnen worden verrekend en of, met uitzondering van de toepassing van de regeling van artikel 49 Fw, voor de curator van de failliet de mogelijkheid bestaat een aan een schuld ten grondslag liggende rechtsverhouding te vernietigen. In verband met hoofdelijke aansprakelijkheid moeder voor schuld van dochter aan bank, mocht de bank op grond van artikel 234 Fw haar schuld aan de moeder (creditsaldo) verrekenen met haar vordering op de moeder. Als gevolg daarvan heeft de moeder een regresvordering op haar dochter gekregen. Door aanzuivering van debetsaldo van de dochter door de moeder heeft de moeder eveneens een regresvordering op haar dochter gekregen. Beroep op pauliana door schuldeiser afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen