Rb. Midden-Nederland 30 juli 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:3270
Boete van € 11.300,- vanwege schending inlichtingenplicht tijdens WAO-uitkering. Overgangsrecht (legaliteitsbeginsel) en evenredigheid boete in geschil. Met toepassing van de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving heeft het Uwv de boete gebaseerd op 100% van het benadelingsbedrag over de periode van 1 januari 2010 tot 1 mei 2013. Volgens de rechtbank is sprake van een voortdurende overtreding. Overgangsrecht in de Wet aanscherping is niet in strijd met artikel 5:4, tweede lid, en artikel 5:46, vierde lid, van de Awb, dan wel artikel 7 van het EVRM, dan wel artikel 15 IVBPR. Aansluiting zoekend bij EHRM-rechtspraak oordeelt de rechtbank dat de boete in strijd met deze artikelen is opgelegd, omdat de boete tot aan 1 januari 2013 hoger uitvalt dan voor eiser onder het oude rechtsregime voorzienbaar was. De rechtbank past een ‘knip’ toe tussen de gedeelten van de voortdurende overtreding vóór en na 1 januari 2013. Evenredigheid: de rechtbank merkt op dat de nieuwe Wet aanscherping leidt tot een situatie waarin bestuursorganen enorm zware boetes (moeten) opleggen die zeer ingrijpen in de financiële situatie van privépersonen. De kennelijk bij de wet- en regelgever levende gedachte dat zo'n boetehoogte leidt tot meer normconform gedrag, acht de rechtbank niet bepaald zeker. De rechtbank mag de Wet aanscherping echter niet om die reden buiten toepassing laten, gelet op artikel 11 van de Wet algemene bepalingen. De rechtbank geeft een kader voor de beoordeling van evenredigheid van de boete, waarbij wordt verwezen naar het arrest van het EHRM in de zaak Malige tegen Frankrijk. Relevante factoren zijn de aard en de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden van het geval. Het bestuursorgaan en in volgende instantie de rechter moeten een evenwicht bewaken tussen de boetesystematiek en de relevante feiten en omstandigheden. De rechtbank acht in deze zaak een boete van € 1.640,- evenredig.
De uitspraak op rechtspraak.nl