Rb. Midden-Nederland 11 februari 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1661

bestuurlijke boete, niet doorgeven van mutaties, boetebeleid. Wetsartikelen: artikel 1.47, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Eiseres heeft twee mutaties van gastouders niet onverwijld aan verweerder doorgegeven. Daarom zijn aan haar bestuurlijke boetes (voor beide mutaties één) opgelegd. Afwegingsmodel verweerder niet onredelijk. Artikel 1.72, eerste lid, van de Wko, bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders de houder van een gastouderbureau die een verplichting als bedoeld in artikel 1.47 van de Wko niet nakomt, een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste € 45.000,-. Hieruit volgt dat verweerder beleidsvrijheid heeft ten aanzien van het opleggen van en de hoogte – weliswaar met een maximum van € 45.000,- – van een bestuurlijke boete. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat een bestuursorgaan in een situatie waarin de hoogte van de boete niet wettelijk is vastgelegd, beleidsregels mag vaststellen over het bepalen van de hoogte van een bestuurlijke boete. Een bestuursorgaan moet dergelijke beleidsregels als uitgangspunt nemen, mits het de beleidsregels in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Ook indien het beleid als zodanig niet onredelijk is, dient het bestuursorgaan bij de toepassing daarvan in elk voorkomend geval het in artikel 3:4 van de Awb neergelegde evenredigheidsbeginsel in acht te nemen. Dit betekent dat het bestuursorgaan zich bij het vaststellen van de hoogte van een boete moet afvragen of de uit de boetenormbedragen voortvloeiende boete, gelet op alle omstandigheden van het geval, evenredig is aan het door de wetgever beoogde doel. Tot de omstandigheden van het geval behoren in ieder geval de aard en de ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd. Wanneer het toepassen van het boetenormbedrag niet evenredig is, is matiging van dit bedrag passend en geboden. Artikel 6 van het EVRM, waar eiseres een beroep op doet, brengt met zich dat de rechter zonder terughoudendheid toetst of het besluit van het bestuursorgaan met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken