Rb. Midden-Nederland 24 april 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ9460
Gecedeerde vordering telefoonprovider naar aanleiding van 2 abonnementen voor de duur van minimaal 24 maanden met verstrekking 2 telefoontoestellen. Verweer dat vordering niet gecedeerd zou zijn in strijd met goede procesorde, nu dit eerst bij dupliek is gevoerd. Verweer dat abonnementen in het geheel niet zijn afgesloten onvoldoende gemotiveerd. De overeenkomsten zijn aan te merken als koop op afbetaling. Het verweer dat de overeenkomsten in het geheel niet tot stand zijn gekomen omdat de prijs niet (apart) is bepaald faalt. De betalingsverplichting was immers duidelijk. Door de telefoons mee te nemen/niet terug te brengen is dit beroep bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Omdat de kosten van het telefoontoestel in de abonnementkosten zijn verdisconteerd, is de Wck (oud) van toepassing. Het verweer dat de overeenkomst vernietigbaar is, omdat de handtekening van de telefoonprovider op de kredietakten ontbreekt, faalt bij gebreke van belang. Dat de kredietsom, de contantprijs van de telefoon, het totaalbedrag van de kredietvergoeding en het kredietvergoedingspercentage niet zijn vermeld is niet met vernietigbaarheid bedreigd. Omdat de Wck (oud) van toepassing is, had de telefoonprovider de overeenkomst niet zelf mogen ontbinden, dat mag alleen de rechter (artikel 44 lid 1 Wck). De telefoonprovider verkeerde door die ontbinding in schuldeisersverzuim, nu zij de opschorting van haar verplichtingen definitief had gemaakt. Alleen de abonnementskosten tot het intreden van het schuldeisersverzuim zijn daarom toewijsbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl