Rb. Midden-Nederland 31 juli 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:3410

Verweerder heeft bij de primaire besluiten bepaald dat eisers als gebruikers van een individuele voorziening op grond van de Wmo vanaf 1 januari 2012 een eigen bijdrage moeten betalen. De rechtbank ziet, onder verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 8 mei 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:CA0089), geen grond voor het oordeel dat uit het feit dat in artikel 2.5 van de Verordening het woord ‘kan’ is gebruikt, volgt dat de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft opengelaten of een eigen bijdrage is verschuldigd en dat daarom niet is voldaan aan artikel 15, eerste lid, van de Wmo. De gemeenteraad heeft ook met de vaststelling van de Perspectiefnota expliciet besloten tot het invoeren van een eigen bijdrage voor alle individuele voorzieningen, daar waar dat wettelijk mogelijk is. Het beroep op de tweejaarstermijn treft geen doel, nu deze termijn ziet op beschikkingen waarbij de eigen bijdrage wordt vastgesteld, wat in deze procedure niet aan de orde is en wat ook een bevoegdheid is die niet verweerder maar het CAK toekomt. Om dezelfde reden treft ook de beroepsgrond dat verweerder geen duidelijkheid heeft gegeven over de hoogte en de duur van de eigen bijdragen geen doel. De rechtbank ziet verder geen grond voor het oordeel dat verweerder een overgangsregeling had moeten opnemen, nu dit niet volgt uit de Wmo of de Verordening en evenmin uit enige andere wettelijke bepaling

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken