CRvB 12 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6076

Vaststelling definitieve jaarafrekening van de buitenlandbijdrage. Aan de overschrijding van de in de Regeling neergelegde termijn kan niet de consequentie worden verbonden dat de definitieve jaarafrekening - als een onbevoegd door Cvz genomen besluit - behoort te worden vernietigd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen sprake is van een verval- of verjaringstermijn. Van schending van het rechtszekerheidsbeginsel is in dit geval geen sprake, nu appellant wist of redelijkerwijs kon weten dat er nog een definitieve vaststelling van de jaarafrekening zou plaatsvinden en de termijnoverschrijding niet van zodanig lange duur is dat hij hiermee redelijkerwijs geen rekening meer behoefde te houden. Voorts is niet gebleken dat appellant door de termijnoverschrijding nadeel heeft geleden, nu Cvz heeft afgezien van het in rekening brengen van wettelijke rente. Nu appellant stelt dat hij door de bestreden besluiten in betalingsproblemen komt, ligt het primair op zijn weg om Cvz te verzoeken om een betalingsregeling. Dat geen enkele betalingsregeling mogelijk zou zijn, is vooralsnog niet aangetoond. Beroep op het vertrouwensbeginsel kan niet slagen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen