Rb. Middelburg 7 oktober 2009, ECLI:NL:RBMID:2009:BK8855
De feiten [eisers]. zijn kinderen uit het eerste huwelijk van [overledene]. [gedaagde sub. 1] is de tweede echtgenote van [overledene]. Uit dit tweede huwelijk zijn twee kinderen geboren, [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3]. [overledene] is overleden op 7 mei 2003 en zijn vijf kinderen zijn erfgenaam in zijn nalatenschap. [gedaagde sub. 1] is in het testament van [overledene] met de macht tot inbezitneming van de nalatenschap gedurende de voor de afwikkeling daarvan benodigde tijd benoemd tot executeur van de nalatenschap. Door [overledene] is, voor zover van belang, aan [gedaagde sub. 1] en aan zijn dochter [gedaagde sub. 3] gezamenlijk gelegateerd het vruchtgebruik van een bedrag in contanten groot ƒ 500.000,-- ofwel € 226.890,10. Het geschil [eisers]. vorderen – samengevat – voor recht te verklaren dat de taken van [gedaagde sub. 1] als executeur in de nalatenschap van [overledene] zijn geëindigd en om [gedaagde sub. 1] te veroordelen om, op straffe van een dwangsom, [eisers]. in te lichten omtrent alle door haar als executeur verrichte werkzaamheden en een afschrift af te geven van de boedelbeschrijving. Voorts vorderen zij [gedaagde sub. 2] en [gedaagde sub. 3] en [gedaagde sub. 1] in haar hoedanigheid van vertegenwoordigster van [gedaagde sub. 3], te veroordelen om de beheersbevoegdheid van [gedaagde sub. 1] te beëindigen en om [gedaagde sub. 1], op straffe van een dwangsom, te veroordelen het beheer van de goederen van de nalatenschap te beëindigen door de goederen van de nalatenschap aan de erfgenamen ter beschikking te stellen en om rekening en verantwoording af te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl