Rb. Limburg 23 januari 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:502
Beroepen eisers tegen invorderingsbeschikkingen. Verjaring deel invorderingsbevoegdheid leidt tot het oordeel dat verweerder niet bevoegd was de betreffende invorderingsbeschikkingen te nemen. De beroepen die op die invorderingsbeschikkingen zien zijn dus om die reden reeds gegrond. Ook gegronde beroepen tegen de overige invorderingsbeschikkingen. Onvoldoende gestaafd dat gedeputeerde staten bevoegd waren handhavend op te treden. Ondanks onherroepelijkheid lasten onder dwangsom, heeft de rechtbank op dit onderdeel indringender getoetst dan de terughoudendheid van de evidentietoets. Aangezien verweerder niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan en de rechtbank ook niet zelf achteraf kan (laten) vaststellen wat de feitelijke situatie destijds was, kan niet worden uitgegaan van de bevoegdheid van verweerder tot het nemen van de dwangsombesluiten en dus de invorderingsbeschikkingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10.40 Wm
- Artikel 10.41 Wm
- Artikel 4:104 Awb
- Artikel 5:33 Awb
- Artikel 5:35 Awb
- Artikel 3 Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
- Artikel 2.9 Barim
- Artikel 1.1 Wabo
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.3 Wabo
- Artikel 2.4 Wabo
- Artikel 5.2 Wabo
- Artikel 3.3 Bor
- Artikel 4.23 Invoeringswet Omgevingswet
- Artikel 3