Rb. Limburg 16 september 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:7176
Onderzoek ROCA. De verdachte heeft als oprichter en leider jarenlang deelgenomen aan een criminele organisatie (‘Tony’), die zich bezighield met grootschalige export van en handel in harddrugs (heroïne en cocaïne) in Maastricht en omgeving. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan witwassen van een groot geldbedrag, het voorhanden hebben van een wapen en het aanwezig hebben van harddrugs. De rechtbank acht, alles afwegende en rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn, een gevangenisstraf van acht jaren passend en geboden. Nu het handelen van de verdachte is ingegeven door de wens gemakkelijk geld te verdienen, acht de rechtbank eveneens een geldboete van €100.000,- passend. De rechtbank heeft géén acht geslagen op de strafoplegging in de zaken waarin procesafspraken zijn gemaakt met medeverdachten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.102727.21
Tegenspraak (gemachtigde raadsvrouw)
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 september 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 8] op [geboortedatum 1] 1989,
wonende te [adres 4] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.L.P. Biesmans, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 juli 2024 en op 16 september 2024 formeel gesloten. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten [medeverdachte 1] met het parketnummer 03.038352.21, [medeverdachte 2] met het parketnummer 03.299412.20 en [medeverdachte 3] met het parketnummer 03.299604.20.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
feit 1: als oprichter, leider en/of bestuurder deel heeft genomen aan een criminele organisatie;
feit 2: al dan niet samen met anderen in totaal 2446,14 gram cocaïne en/of 420,08 gram heroïne aanwezig heeft gehad;
feit 3: al dan niet samen met anderen heroïne en/of cocaïne heeft uitgevoerd en/of gehandeld heeft in heroïne en/of cocaïne;
feit 4: al dan niet samen met anderen € 255.510,- heeft witgewassen, subsidiair is dit ten laste gelegd als eenvoudig witwassen;
feit 5: al dan niet samen met anderen een wapen van categorie III onder 1 en munitie van categorie II en III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
3 De voorvragen
Geldigheid dagvaarding
De raadsvrouw heeft bepleit dat de dagvaarding voor wat betreft feit 1 partieel nietig dient te worden verklaard, gelet op de ruime tenlastegelegde periode en het ontbreken van uitvoeringshandelingen aangaande softdrugs. Er blijkt onvoldoende duidelijk waarop de verdenking ziet.
De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde voldoende duidelijk is. De tenlastelegging ziet op de deelname aan een criminele organisatie die als oogmerk had het plegen van strafbare feiten op het gebied van hard- en softdrugs. Dat uit het dossier niet blijkt van strafbare feiten op het gebied van softdrugs, maakt niet dat de tenlastelegging voor dit gedeelte nietig dient te worden verklaard. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 3 heeft zij gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, het witwassen.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich, overeenkomstig haar pleitnota, op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten niet kunnen worden bewezen en de verdachte derhalve vrij dient te worden gesproken. Op specifieke verweren van de verdediging zal de rechtbank hierna ingaan.
De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl