HR 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1413
Openlijke geweldpleging tegen personen en goederen (art. 141 Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over betrouwbaarheid getuigenverklaring. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2006:AU9130 m.b.t. selectie en waarderingsvrijheid van feitenrechter van beschikbaar feitenmateriaal en diens motiveringsplicht ex art. 359.2 Sv i.g.v. uos t.a.v. gebruikt bewijsmateriaal. De door hof voor bewijs gebruikte verklaringen van getuige bij politie en Rh-C houden in dat (anders dan in verweer van raadsman tot uitgangspunt is genomen) getuige zelf heeft gezien dat verdachte op auto van aangever sprong en dat verdachte aangever tegen het hoofd trapte. Hof heeft in reactie op dat verweer overwogen dat het geen reden ziet om te twijfelen aan betrouwbaarheid van verklaringen van getuige, v.zv. deze verklaringen voor bewijs zijn gebruikt. Daarmee vindt verweer afdoende weerlegging in bewijsvoering. Hof was niet gehouden tot nadere motivering. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/00299.
De uitspraak op rechtspraak.nl