Rb. Limburg 11 december 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:10155
Partijen hebben de rechtbank in deze - bij wijze van proefprocedure aanhangig gemaakte - zaak in verband met het principiële zaaksoverstijgende karakter eenstemmig verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De zaak betreft een geschil over de vraag of de faillissementsboedel wettelijke rente en/of de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verschuldigd is over het loon dat op grond van artikel 40 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) als boedelschuld wordt aangemerkt; dit in het bijzonder tegen de achtergrond van de zogenoemde loongarantieregeling die is opgenomen in Hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet. Deze vraag is opgekomen naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad inzake X C.V. / Curatoren Paperlinx (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1994). Vonnis na tussenvonnis van 14 augustus 2024 (ECLI:NL:RBLIM:2024:10154). De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
De uitspraak op rechtspraak.nl