Rb. Limburg 22 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5652

In afwijking van de huidige stand van de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep over het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen houdt de rechtbank de regeling voor starters en herintreders (de startersregeling) voor WIA-gerechtigden tegen het licht van de intensievere evenredigheidstoetsing van de hoogste bestuursrechters. De rechtbank doet dat in twee stappen die in elkaars verlengde liggen. Zij begint met exceptieve toetsing van de regeling en toetst vervolgens het concrete besluit aan het beginsel van niet-onevenredige belangenweging. Eiseres is kort na de start van haar dienstbetrekking als arts arbeidsongeschikt geworden door een ongeval. Daarvoor is haar een WIA-uitkering toegekend. Als gevolg van een nabetaling van netto € 17,18 uit een bijbaantje tijdens haar studie heeft het UWV het dagloon van de WIA-uitkering met ongeveer een kwart verlaagd. Dit is in overeenstemming met de wettelijke regels van het Dagloonbesluit en de uitleg van de Centrale Raad van Beroep daarvan. Bij exceptieve toetsing van de regeling respecteert de rechtbank de keuze van de regelgever voor eenvoudige en geautomatiseerde uitvoering. Ook stelt de rechtbank vast dat door de startersregeling in een groot aantal gevallen aan het evenredigheidsvereiste wordt voldaan. Zij kan er echter niet omheen dat er een aanzienlijke groep uitkeringsgerechtigden is voor wie de beperkte reikwijdte van de startersregeling tot een onevenredig nadelig resultaat leidt. Onverbindend verklaren van die regels acht de rechtbank geen geschikte remedie. De oplossing zal van de regelgever moeten komen. Toetsing van het besluit in dit concrete geval leidt er niettemin toe dat het UWV een nieuw besluit moet nemen waarbij hij het dagloon opnieuw zal moeten vaststellen met een besluit dat aan het evenredigheidsvereiste voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken