Rb. Limburg 7 december 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:9213
Strafontslag op grond van 81, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). Kern van de door verweerder aan eiseres verweten gedragingen is dat zij ook nog ná 1 november 2019, de datum waarop de Wet strafbaarstelling binnenbrengen verboden voorwerpen in werking is getreden, usb-sticks de inrichting mee heeft ingenomen, zij vervolgens niet open en transparant is geweest tegenover haar leidinggevende over haar handelwijze en op ongeoorloofde wijze een collega daarbij heeft willen betrekken. De rechtbank is van oordeel dat in voldoende mate is komen vast te staan dat eiseres voornoemde gedragingen heeft begaan en dat deze gedragingen als (ernstig) plichtsverzuim moeten worden aangemerkt. Niet is gebleken dat deze gedragingen eiseres niet zijn toe te rekenen. Verweerder was dan ook bevoegd haar een disciplinaire straf op te leggen. De rechtbank is vervolgens van oordeel dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig is aan de aard en ernst van het vastgestelde plichtsverzuim. Hierbij is van belang dat voor medewerkers van de DJI bijzondere eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid gelden met het oog op de veiligheid binnen de PI en het sinds 1 november 2019 bovendien strafbaar is om contrabande mee de PI in te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl