Rb. Limburg 6 oktober 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:7549

(Ex-)werknemers van eiseres hebben het UWV verzocht hen – na afloop van hun wachttijd – in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van de Wet WIA. Onder meer vanwege de achterstanden bij de geneeskundige keuringen heeft het UWV deze (ex-)werknemers voorschotten verleend in afwachting van een beslissing op de WIA-aanvraag. Het UWV heeft deze voorschotten aan eiseres toegerekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat voor het toerekenen van WIA-voorschotten aan de (ex-)werkgever geen wettelijke grondslag is aan te wijzen. In de Wet WIA staat immers niet dat een eigenrisicodrager ook het risico van betaling van een voorschot op een WIA-uitkering draagt. Daarin staat alleen dat een eigenrisicodrager het risico van betaling van de WGA-uitkering draagt. Dat daaronder mede een voorschot daarop moet worden begrepen, staat niet in de Wet WIA. Daarin is evenmin een bepaling opgenomen die een voorschot op een WIA-uitkering gelijkstelt met een WIA-uitkering. Het UWV wijst weliswaar naar artikel 83 van de Wet WIA, maar ook daaruit volgt niet ondubbelzinnig dat onder het betalingsrisico ook een voorschot op een WIA-uitkering moet worden begrepen. Dat het UWV bevoegd is om een voorschot te verlenen bij WIA-aanvragen betekent voorts niet dat daaruit moet worden afgeleid dat dit voorschot dan ook – net als de vastgestelde en toegekende WGA-uitkering – aan een eigenrisicodrager kan worden toegerekend

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken