CRvB 19 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:934
Bij besluiten van 28 januari 2021 heeft het college een aantal maatwerkvoorzieningen toegekend. Verzoeker heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en aangevoerd – samengevat – dat hij wel de medewerking heeft verleend die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wmo 2015. Verder heeft verzoeker aangevoerd dat hij ondanks de ontwikkelingen nog belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep. Deze beoordeling kan namelijk dienen als onderbouwing in een eventuele civielrechtelijke schadevergoedingsprocedure. Verzoeker stelt schade te hebben geleden door het bestreden besluit nu hem daarmee geruime tijd de genoemde maatwerkvoorzieningen zijn onthouden. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich voor. Ook overigens zijn er geen beletselen om tevens onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak. Zoals besproken ter zitting van de voorzieningenrechter zijn de besluiten van 28 januari 2021 geen besluiten als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb. Deze besluiten worden daarom niet in de beoordeling betrokken. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 30 oktober 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB6945) kan de omstandigheid dat schade is geleden als gevolg van bestuurlijke besluitvorming in een situatie als deze tot het oordeel leiden dat nog steeds sprake is van een actueel procesbelang. Daarvoor is echter vereist dat de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming niet op voorhand onaannemelijk is. Verzoeker heeft niet aan dit vereiste voldaan. Aan de gestelde schade kan dan ook geen procesbelang worden ontleend. Het hoger beroep moet wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard. Gelet daarop zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl