Rb. Limburg 31 januari 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:768

Betreft beroep tegen een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) voor het wijzigen van een legkippenhouderij in een geitenhouderij. In beroep is aangevoerd verweerder in verband met nadelige gezondheidseffecten van het wonen bij geitenhouderijen (Q-koorts en verhoogde kans op longontsteking) een Milieueffectrapport (MER) had moeten verlangen en de OBM had moeten weigeren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder toereikend heeft onderbouwd dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden in verband met het risico op Q-koorts. De rechtbank overweegt dat verweerder ten tijde van diens besluitvorming kon beschikken over het rapport “Veehouderij en Gezondheid Omwonenden” (VGO I) maar niet over de daarna uitgebrachte rapporten (VGO II en III) en daarop gebaseerde adviezen. Gezien de inhoud van het VGO I rapport dat geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten bevat, en rekening houdend met de lokale omstandigheden (geen concentratie van veehouderijen), heeft verweerder het gezondheidsrisico op onder meer longontsteking op basis van de ten tijde van de besluitvorming voorhanden (medische) informatie, op zorgvuldige wijze beoordeeld. Voor weigering van de OBM bestond daarom geen grond. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken