Rb. Limburg 24 juli 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:5462

Trefwoorden: Ontbreken machtiging bij zienswijzen, artikel 6:13 Awb, herstel verzuim, goede procesorde, belanghebbende, ontvankelijkheid aanvraag, (on)geoorloofde wijziging aanvraag, strijd met bestemmingsplan, milieucategorie, m.e.r. - (beoordelings)plicht, geïntegreerde chemische installatie, berekening ammoniakdepositie, natuurgebied ‘de Maasduinen’, PAS, externe saldering, energiehuishouding, luchtkwaliteit, geur, rendement biobed, cumulatie geur, grenswaarden geur op grond van de RIE, geluid, afvalstoffen, acceptatie- en verwerkingsbeleid, BBT, gezondheid, afvalwater, veemedicatie, omgekeerde osmose, externe veiligheid, overschrijding redelijke termijn. Betreft beroepen van twee verenigingen en zestien natuurlijke personen tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg (GS), waarbij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, c en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend voor een inrichting voor bioraffinage. De rechtbank ziet geen aanleiding om eisers wegens het ontbreken van een machtiging bij het naar voren brengen van zienswijzen met toepassing van artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk te verklaren omdat GS een te korte tijd hebben gegeven voor herstel verzuim. Eisers hebben naast een aantal formele beroepsgronden inhoudelijke gronden aangevoerd die zien op strijd met het bestemmingsplan, het ontbreken van een milieu-effectrapportage, luchtkwaliteit, geur, geluid, afvalstoffen, de beste beschikbare technieken, gezondheid, watervervuiling en externe veiligheid. De rechtbank heeft het beroep van twaalf natuurlijke personen niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van feitelijke (milieu)gevolgen van enige betekenis. Ten aanzien van de overige eisers heeft de rechtbank geoordeeld dat de beroepsgronden ten aanzien van geur en geluid (deels) slagen. Gelet op het deskundigenrapport van de StAB en het verzoek van GS om zelf in de zaak te voorzien, heeft de rechtbank de (overige) beroepen gegrond verklaard, het bestreden besluit in zoverre (ontbrekende geur- en geluidsvoorschriften) vernietigd en zelf voorziend een aantal geur- en geluidvoorschriften vervangen en een aantal extra voorschriften aan de vergunning verbonden. De beroepen zijn voor het overige ongegrond verklaard. Tevens heeft de rechtbank wegens schending van de redelijke termijn een schadevergoeding toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken