Rb. Limburg 25 juni 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:4619

Bij de primaire besluiten heeft verweerder, naar aanleiding van een handhavingsverzoek van de derde partij, aan verzoekers ten aanzien van hun mestbe- en verwerkingsbedrijf 4 lasten onder dwangsom opgelegd. Voor de behandeling ter zitting heeft de voorzieningenrechter in overleg met verweerder een ordemaatregel getroffen. Ter zitting is gebleken dat ten tijde van de primaire besluiten er geen overtreding bestond ten aanzien van (een deel van) last 2 (het verwijderen van een mestbassin). Deze last zal in de beslissingen op bezwaar (deels) herroepen dienen te worden. Niet in geschil is dat ten tijde van de primaire besluiten er wel overtredingen waren ten aanzien van de overige lasten. Het gaat om een illegale mestsilo, het overtreden van voorschriften ten aanzien van emissies (gebruik luchtwassers) en de hoeveelheid te verwerken mest. In het licht van de te nemen besluiten op bezwaar oordeelt de voorzieningenrechter dat er voor een deel zicht op legalisatie is. Ter zitting worden door verweerder en verzoekers afspraken gemaakt over controles op korte termijn inzake het gebruik van de (inmiddels gerealiseerde) luchtwasser en de hoeveelheid te verwerken mest in de komende maanden (lasten 3 en 4). De voorzieningenrechter schorst de lasten 1, 2 en 4 tot zes weken na de beslissingen op de bezwaarschriften en last 3 tot twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken