Rb. Limburg 11 september 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:8760
Het beroep richt zich uitsluitend op het uitblijven van een besluit over de verschuldigde dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Gelet op artikel 4:18 van de Awb was verweerder ten tijde van het instellen van beroep in gebreke tijdig een besluit te nemen tot vaststelling van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom. De rechtbank is van oordeel dat zich in dit geval een situatie voordoet als bedoeld in artikel 6:12, derde lid, van de Awb. Nu reeds duidelijk was dat eiseres aanspraak wilde maken op dwangsommen wanneer niet tijdig zou worden beslist – dat had eiseres immers reeds in haar brief van 17 februari 2017 vermeld – hoefde zij in redelijkheid verweerder niet opnieuw voor het uitblijven van het dwangsombesluit in gebreke te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl