Rb. Limburg 8 december 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:12091
Terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, afwijking van het advies van de gedragsdeskundigen over de toerekeningsvatbaarheid De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat – kort samengevat – verdachte opzettelijke brand heeft gesticht waardoor gevaar is ontstaan voor personen en goederen, dat verdachte twee mensen heeft bedreigd met de dood en dat hij een winkeldiefstal heeft gepleegd. De rechtbank concludeert op basis van de beschikbare informatie, waaronder de rapportage van het Pieter Baan Centrum, dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten leed aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens alsmede aan een aan harddrugs gebonden stoornis. De rechtbank acht verdachte, anders dan de gedragsdeskundigen, verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van alle feiten. Naar het oordeel van de rechtbank is het gezien de geconstateerde stoornis vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord dat verdachte onbehandeld terugkeert in de maatschappij. De rechtbank acht de kans op recidive onverminderd groot indien verdachte onbehandeld blijft. De rechtbank acht terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege daarom noodzakelijk. Naast de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl