Rb. Limburg 1 juni 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:4594
Betreft verzoek om voorlopige voorziening tegen een bevel op grond van artikel 28a van de Arbeidsomstandighedenwet tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive voor een periode van een maand. Het bevel houdt in dat het bedrijf in deze periode zelf geen risicoklasse 2 en 3 asbestsaneringen mag uitvoeren en dat zij ook geen opdracht daartoe aan anderen mag geven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verbod opdrachten die het bedrijf in portefeuille heeft, aan andere saneerders over te dragen, zich niet goed verdraagt met het karakter van een herstelsanctie, gericht op het voorkomen van herhaling van een overtreding van artikel 4.48a van het Arbeidsomstandighedenbesluit door deze werkgever. Er bestaat daarom gerede twijfel of het besluit in de hoofdzaak in stand kan blijven. Gelet op de deels onomkeerbare gevolgen die een stillegging voor verzoeker heeft en de omstandigheid dat een beslissing op zowel het bezwaar tegen de stillegging als het boetebesluit op korte termijn is te verwachten, ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit tot stillegging te schorsen tot zes weken na bekendmaking van de te nemen beslissing op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl