Rb. Limburg 17 mei 2016, ECLI:NL:RBLIM:2016:4082

Trefwoorden: functieonderhoud, mensfunctie, deskundigenrapport, wezenlijk afwijkende werkzaamheden. Samenvatting: Naar het oordeel van de rechtbank moeten de door eiser overgelegde documenten gezien worden als een begin van bewijs en heeft verweerder onvoldoende onderbouwd waarom uit deze documenten geen functie overstijgende of afwijkende werkzaamheden blijken. Aangezien het gaat om gegevens van feitelijke aard, waarvan niet op voorhand vaststaat dat zij niet van belang (kunnen) zijn voor de beoordeling van de aanspraken van eiser en de deugdelijkheid van de motivering van het bestreden besluit en aangezien de werkzaamheden van eiser mogelijk qua zwaarte, niveau en diepgang als wezenlijk afwijkend kunnen worden gekwalificeerd, heeft de rechtbank aanleiding gezien een deskundige te benoemen om op dit punt duidelijkheid te verschaffen. Met de deskundige is de rechtbank van oordeel dat de werkzaamheden van eiser (de meerderheid van) de taken, vermeld onder bijdragegebied 5.1.1. van zijn mensfunctiebeschrijving, qua niveau en diepgang overstijgen. Daarnaast zijn er werkzaamheden die qua aard wezenlijk afwijken van de mensfunctiebeschrijving, aangezien uit de overgelegde stukken volgt dat eiser zich bezig houdt met de ondersteuning van besluitvorming, hetgeen iets anders is dan de beleidsondersteuning die uit de mensfunctiebeschrijving volgt. Zodoende komen eisers werkzaamheden zowel qua niveau en diepgang als qua aard en strekking thans ten onrechte niet terug in zijn mensfunctiebeschrijving

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken