Rb. Limburg 24 november 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:9831
Betreft beroepen van diverse omwonenden en bedrijven gericht tegen een besluit tot het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor de (legalisering van de) vestiging van een internationaal transportbedrijf, alsmede tegen een besluit waarbij aan het transportbedrijf maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid zijn opgelegd. De maatwerkvoorschriften zijn tevens als voorschrift aan het vrijstellingsbesluit verbonden. Bij de voorbereiding van het vrijstellingsbesluit, dat is genomen na vernietiging van eerdere besluiten, is opnieuw toepassing gegeven aan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers kunnen in hun beroepen worden ontvangen ook als zij niet eerder beroep hebben ingesteld. Eisers die eerder beroep hebben ingesteld, kunnen nieuwe beroepsgronden aanvoeren. Analoge toepassing van artikel 6:13 van de Awb staat daar niet aan in de weg. Ten aanzien van beroepsgronden die een herhaling zijn van in eerdere procedures uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgronden, geldt naar het oordeel van de rechtbank dat eisers gewijzigde feiten of veranderde omstandigheden dienen aan te voeren in verband waarmee tot een ander oordeel moet worden gekomen (Brummen). Gelet op de aangevoerde beroepsgronden dat het geluidonderzoek niet deugdelijk is, overweegt de rechtbank dat de door verweerder geraadpleegde akoestisch adviseur na metingen ter plaatse alle relevante aspecten van de geluidbelasting in kaart heeft gebracht. Uit het akoestisch rapport volgt dat na het stellen van maatwerkvoorschriften (technische voorzieningen en gedragsvoorschriften) bij eisers aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan en dat ter plaatse van hun woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aan de vrijstelling verbonden voorschriften/de maatwerkvoorschriften voldoende duidelijk en geven die de representatieve bedrijfssituatie, juist weer. Het stemgeluid van chauffeurs binnen de inrichting is op goede gronden niet als aparte geluidbron in de representatieve bedrijfssituatie opgenomen. De gedragsvoorschriften (instructie aan chauffeurs) zijn gesteld om aan de doelvoorschriften ten aanzien van geluid te kunnen voldoen en deze zijn handhaafbaar. Volgt ongegrondverklaring van de ingestelde beroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl