Rb. Limburg 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:7318
Kort geding. Gemeente vordert op de voet van artikel 3:20 BW rechterlijk bevel aan de bewaarder van het Kadaster om de notariële verklaring zoals bedoeld in artikel 34 Kadasterwet alsnog in te schrijven in het openbare register van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken. Voor het geven van een dergelijk bevel bestaat uitsluitend grond als moet worden geoordeeld dat de weigering van de bewaarder van het Kadaster om de notariële verklaring in te schrijven, ten onrechte is geschied. Is, in weerwil van de inhoud van de notariële verklaring, genoegzaam aangetoond dat de gemeente door verkrijgende dan wel bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van een strook grond? De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag ontkennend.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 256 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 73 OWVO
- Artikel 8 Kadw
- Artikel 34 Kadw
- Artikel 37 Kadw
- Artikel 3:14 BW3
- Artikel 3:20 BW3
- Artikel 3:23 BW3
- Artikel 3:99 BW3
- Artikel 3:105 BW3
- Artikel 3:107 BW3
- Artikel 3:108 BW3
- Artikel 3:112 BW3
- Artikel 3:113 BW3
- Artikel 3:118 BW3
- Artikel 3:303 BW3