Rb. Limburg 5 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:4771

Trefwoorden: café Dug-out, bevelsbevoegdheid, sluiting, spoed, artikel 2:30 APV, artikel 174 Gemeentewet, motorclubs, Red Devils, Bandidos, openbare orde en veiligheid, verwijtbaarheid, verband dreiging voor de openbare orde en het horecabedrijf, financieel nadeel, kostenverhaal, analoge toepassing regeling bestuursdwang. Samenvatting: De burgemeester van de gemeente Sittard-Geleen (verweerder) heeft het café Dug-Out op 8 mei 2015 gesloten voor de duur van drie maanden omdat op 7 mei 2015 bij het café een confrontatie heeft plaatsgevonden tussen leden van motorclub Red Devils en motorclub Bandidos. Volgens verweerder bestaat er een risico dat de gebeurtenis van 7 mei 2015 zich zal herhalen en levert dit een dreiging voor de openbare orde en veiligheid op. De exploitant van het café (verzoekster) is het niet eens met de sluiting en stelt dat de gebeurtenis niet haar schuld is, dat er geen verband bestaat tussen de gebeurtenis en haar café en dat zij door de sluiting financiële problemen ondervindt. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gebeurtenis van 7 mei 2015 een dreiging voor de openbare orde oplevert en dat, mede gelet op de toenemende spanningen tussen de betrokken motorclubs, er een reëel risico bestaat dat deze gebeurtenis zich zal herhalen. Ook heeft verweerder een verband kunnen aannemen tussen het café Dug-Out en de confrontatie tussen de motorclubs, nu motorclub Red Devils het café een tijd lang als ontmoetingsplek heeft gebruikt en een van de leidinggevenden van het café bij de gebeurtenis was betrokken. Op grond hiervan heeft verweerder aanleiding kunnen zien het café met spoed te sluiten. Nu het sluitingsbevel door verweerder enkel is genomen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en hiermee niet is bedoeld verzoekster te straffen, kan haar betoog dat de gebeurtenis van 7 mei 2015 niet haar schuld is en dat ook zij slechts een slachtoffer is, niet tot een ander oordeel leiden. Ook heeft verweerder vooralsnog meer waarde kunnen hechten aan het beschermen van de openbare orde en veiligheid dan aan het financiële nadeel dat verzoekster door de sluiting lijdt. De voorzieningenrechter heeft voorts overwogen dat op de effectuering van het sluitingsbevel de bepalingen over bestuursdwang van overeenkomstige toepassing zijn. Dit geldt ook voor de bepalingen over kostenverhaal bij bestuursdwang. Volgens vaste jurisprudentie gaan de uitoefening van de sluitingsbevoegdheid en kostenverhaal als regel samen, maar staat het verweerder vrij een besluit tot sluiting te nemen waarbij de kosten van het effectueren van die sluiting niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene komen. Verweerder dient in dit kader alle betrokken belangen af te wegen. De voorzieningenrechter constateert dat deze belangenafweging vooralsnog niet in de besluitvorming heeft plaatsgevonden, terwijl verzoekster haar verwijtbaarheid expliciet en gemotiveerd heeft betwist. Verweerder dient dit alsnog te doen in zijn heroverweging in bezwaar. De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken