Rb. Limburg 20 augustus 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:7314

De rechtbank acht een toepassing van artikel XXV, tweede lid, van de Wet aanscherping handhaving- en sanctiebeleid Sociale zekerheidswetgeving niet in strijd met het beginsel van non-retroactiviteit van strengere strafbepalingen. Dit komt neer op toepassing van een ‘knip’ waarbij voor zover een gedraging is begaan voor 1 januari 2013 welke geleid heeft tot een benadelingsbedrag over de periode tot 1 januari 2013, daarop het toen geldende sanctieregime wordt toegepast en voor zover de gedraging heeft geleid tot een benadelingsbedrag over de periode ná 1 januari 2013 het nieuwe sanctieregime kan worden toegepast. De rechtbank heeft zelf een beslissing genomen omtrent het opleggen van de boete. Gelet op de mate van verwijtbaarheid, de ernst van het feit en de andere factoren of omstandigheden die tot matiging zouden moeten leiden, is de rechtbank van oordeel dat een boete ter hoogte van genoemd bedrag de rechterlijke evenredigheidstoets niet kan doorstaan. De hoogte van de boete voor de jaren 2010 tot en met 2012, zijnde 10% van het boetebedrag, acht de rechtbank redelijk. Het boetebedrag voor het jaar 2013 dient te worden gematigd tot 25%.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken