Rb. Limburg 13 november 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:8695
Bij het bestreden besluit heeft verweerder een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor de aanpassing en uitbreiding van een milieu-inrichting (varkenshouderij). De rechtbank overweegt dat het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) niet van toepassing zijn op de opslag van propaan binnen de inrichting. Er bestaat dan ook geen verplichting tot het maken van een kwantitatieve risicoanalyse. Eisers hebben verder niet aannemelijk gemaakt dat verweerder nadere voorschriften aan de vergunning hadden moeten verbinden in het verband met het nemen van maatregelen bij een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer. De rechtbank volgt eisers niet in hun betoog dat het houden van gespeende biggen bij een vleesvarkensbedrijf niet mogelijk is. Verder heeft verweerder de toets luchtkwaliteit fijnstof (PM10) met het model ISL3a heeft mogen uitvoeren. Het akoestisch onderzoek voldoet aan de daaraan te stellen eisen en daaruit blijkt dat de geluidgrenswaarden ook voor de nachtperiode (mesttransporten) niet worden overschreden. Tevens is geoordeeld dat het besluit uit 2009 dat een milieu-effectrapportage niet noodzakelijk is, nog steeds valide is nu de milieubelasting van de inrichting sterk is afgenomen. Verder is geoordeeld dat de Wet geurhinder en veehouderij niet in strijd is met artikel 8 en 14 van het EVRM. Ten slotte is geoordeeld dat de geurhinder door het mestbassin niet door de vergunning, maar via het Besluit mestbassins en vanaf 1 januari 2013 door het Activiteitenbesluit is geregeld. Ten overvloede is gewezen op de in het Activiteitenbesluit opgenomen mogelijkheid maatwerkvoorschriften vast te (laten) stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl