Rb. Leeuwarden 27 maart 2003, ECLI:NL:RBLEE:2003:AF6440

Predatie kan leiden tot schade aan flora en fauna in de zin van de artt. 67 en 68 Flora- en faunawet (Ffw). Tegelijk met een aanwijzingsbesluit ex art. 67 Ffw kan het instrument van ontheffing ex art. 68 Ffw worden gebruikt. Aanwijzigingsbesluit ex art. 67 Flora- en Faunawet (Ffw) dat alle jachthouders in de provincie Fryslân de stand van de vos mogen beperken (doden) en ontheffing ex art. 68 Ffw aan de Bond van Friese Vogelbeschermingswachten voor het vangen en doden van vossen. Aan alle voorwaarden voor toepassing van de artt. 67 en 68 Ffw is voldaan. Een oorzakelijk verband tussen de achteruitgang van weidevogelpopulaties en predatie door vossen is (nog) niet wetenschappelijk aangetoond, maar voldoende is komen vast te staan dat die predatie een niet te verwaarlozen invloed heeft op het verloren gaan van weidevogels en hun nesten en jongen. Op grond hiervan kan worden gezegd dat sprake is van schade aan flora en fauna in de zin van de artt. 67 en 68 Ffw. Dat predatie, omdat het een natuurlijk proces is, niet is aan te merken als 'schade' in vorenbedoelde zin, wordt verworpen. In het parlement is reeds aan de orde gesteld dat ook van schade aan flora en fauna sprake kan zijn wanneer er als gevolg van predatie van een bepaalde, op zichzelf niet bedreigde, soort die als voedsel dient voor andere dieren, minder exemplaren zijn dan wenselijk wordt geacht. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat tegelijk met een aanwijzingsbesluit ex art. 67 Ffw - te karakteriseren als een vrijstellingsbesluit -, waarin GS meer in het algemeen opdracht geven om de stand van een bepaalde diersoort te beperken, het instrument van de ontheffing ex art. 68 Ffw kan worden gebruikt, waarbij een beslissing op aanvraag wordt genomen die zo goed mogelijk kan worden afgestemd op de omstandigheden van het geval en die ten opzichte van het aanwijzingsbesluit een aanvullende betekenis heeft. Het begrip 'significant' zoals voorkomt in art. 6.3 Habitatrichtlijn moet in kwalitatieve zin worden uitgelegd hetgeen betekent dat het moet gaan om gevolgen die van betekenis zijn in het licht van de beschermingsdoelstellingen van de Habitat- of Vogelrichtlijn. Dit impliceert dat het om gevolgen moet gaan die in negatieve zin van betekenis kunnen zijn voor de instandhouding van de desbetreffende beschermde diersoorten en hun leefgebieden. Niet aannemelijk is geworden dat zich in casu dusdanige gevolgen zullen voordoen. mr. D.J. Keur het college van gedeputeerde staten van Fryslân (GS), verweerder Vogelrichtlijn, Richtlijn 79/409/EEG Habitatrichtlijn, Richtlijn 92/43/EEG 6.3 Flora- en faunawet 67, 68, 68.1, 68.4.c

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen