Rb. Leeuwarden 26 februari 2003, ECLI:NL:RBLEE:2003:AF6050
GS zijn bevoegd ontheffing te verlenen ex art. 68.1.c Flora- en Faunawet (Ffw) indien is voldaan aan twee formele en aan drie materiële voorwaarden. Niet in alle gevallen is een faunabeheerplan noodzakelijk. Verlenen ontheffing ex art. 68.1.c Ffw voor de jacht op wilde eenden en hazen in de periode van 1 november 2002 tot 1 april 2003. De aangevraagde ontheffing beoogt de voorkoming van schade aan zeekraal en zeeaster. Blijkens de systematiek van art. 68.1.c Ffw is verweerder bevoegd om ontheffing te verlenen, wanneer is voldaan aan twee formele voorwaarden t.w. dat geen vrijstelling(-smogelijkheid) bestaat en dat het Faunafonds wordt gehoorden en drie materiële voorwaarden t.w. dat geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort en dat sprake is van belangrijke schade aan - in dit geval - gewassen. Aldus geformuleerd vormt deze bepaling een correcte toepassing van art. 9.1.a Vogelrichtlijn, art. 16 Habitatrichtlijn en art. 9.1 Conventie van Bern van 1979. In casu is aan alle voorwaarden voldaan. In een geval als i.c., waarin geen faunabeheereenheid bestaat, kan niet uit art. 68.4.c Ffw worden afgeleid dat de aanvrager een faunabeheerplan dient over te leggen voor het krijgen van een ontheffing. Dat niet in alle gevallen een faunabeheerplan noodzakelijk is, blijkt ook uit hetgeen in het vierde lid onder a is bepaald. In casu is geen sprake van significante gevolgen als bedoeld in art. 6.3 Habitatrichtlijn. Wijst het verzoek af. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân, gevestigd te Leeuwarden, verweerder. mr. D.J. Keur Vogelrichtlijn, Richtlijn 79/409/EEG 9.1.a Habitatrichtlijn, Richtlijn 92/43/EEG 6.3, 16 Flora- en faunawet 9, 10, 49, 53, 53.1.a, 53.1.c, 65.4, 68, 68.1.c, 68.2 Jachtbesluit 10, 15.1
De uitspraak op rechtspraak.nl