Rb. Haarlem 6 oktober 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU5111
Meervoudige strafkamer. Veroordeling wegens medeplegen diefstal met geweld, dragen van een keukenmes (Wwm), schoolverzuim, beschadiging en bedreiging met zware mishandeling. Verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar. Verdachte heeft zich samen met een vriend schuldig gemaakt aan tasjesroof van de handtas van een 74-jarige vrouw, in de eigen woorden van verdachte “een gewillig slachtoffer”, door deze tas uit haar hand te trekken. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan, nu hij op zeer lichtzinnige wijze heeft besloten deze diefstal te plegen en puur uit eigen - en naar eigen zeggen onnodig - geldelijk gewin heeft gehandeld zonder zich rekenschap te geven van de impact op en mogelijke gevolgen voor het bejaarde slachtoffer. Dit terwijl dergelijke misdrijven vaak langdurige en ernstige gevolgen voor de slachtoffers hebben en bovendien gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. Ook het door verdachte dragen van een keukenmes, dat naar het oordeel van de rechtbank geen andere bestemming kan hebben gehad dan minst genomen de bedreiging met dit wapen, moet ten strengste worden afgekeurd. Dit geldt temeer bij een persoon als verdachte, die zijn agressie evident niet onder controle heeft. Daarnaast heeft verdachte de deur van het Jongeren Crisis Interventie Centrum te Haarlem beschadigd en heeft hij een medewerkster bedreigd met zware mishandeling nadat hem te kennen was gegeven dat hij vanwege zijn constant ongepaste en bepalende gedrag uit het centrum moest vertrekken. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij hierdoor schade en overlast voor de gedupeerden heeft veroorzaakt en iemand die slechts haar werk deed waartoe verdachtes eigen gedrag aanleiding had gegeven, angst heeft aangejaagd. Ten slotte neemt de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat in aanmerking dat verdachte zich gedurende meerdere maanden heeft schuldig gemaakt aan schoolverzuim. In het over verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport van het NIFP staat beschreven dat bij verdachte sprake is van aanwijzingen voor ADHD van het gecombineerde type, ODD, alsmede afhankelijkheid van cannabis, cocaïne en amfetamine, momenteel (deels) in remissie door plaatsing in gesloten inrichting. Ook is verdachte bekend met misbruik van XTC, eveneens momenteel (deels) in remissie. Bovendien is bij verdachte waarschijnlijk sprake van een expressieve taalstoornis, waardoor hij niet goed kan verwoorden wat hij denkt en voelt. Door de combinatie van stoornissen is sprake van een gestagneerde persoonlijkheidsontwikkeling met een weinig gedifferentieerd gevoelsleven, een gebrekkig ontwikkeld empatisch vermogen, een gebrekkig ontwikkeld geweten, een zeer geringe frustratietolerantie, een sterke zucht naar directe behoeftebevrediging en ernstige agressieregulatieproblemen met deels instrumenteel ingezette agressie om zijn zin te krijgen en deels agressie die hem vanwege impulscontroleproblematiek ‘overkomt’. Concluderend heeft rapporteur de rechtbank in overweging gegeven verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het plan van aanpak tevens voorlichtingsrapport van Bureau Jeugdzorg van 20 september 2011, waarin is aangegeven dat verdachte zich binnen de gesloten inrichting een aantal keren agressief heeft gedragen, zelfs zodanig dat de schorsing is opgeheven en verdachte laatstelijk een laatste kans heeft gekregen in het Transferium. Omdat de plaatsing in het Transferium binnenkort afloopt nu verdachte achttien jaar wordt en verdachte nog lang niet uitbehandeld is, is in het plan van aanpak opgenomen dat verdachte start met een opleiding, een agressieregulatietraining gaat volgen bij de Waag, ondersteuning gaat zoeken bij de Brijder voor zijn drugsgebruik en bij zijn ouders gaat wonen onder de voorwaarde dat hij niet opnieuw agressief wordt. Verdachte zal daarbij aangemeld worden bij een vorm van begeleid wonen op het moment dat de reclassering dit noodzakelijk acht. De rechtbank onderschrijft de conclusie van de rapporteurs en maakt deze tot de hare. Volgt veroordeling van verdachte tot een jeugddetentie van 100 dagen, waarvan 56 dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, met een proeftijd van twee jaren, onder bijzondere voorwaarden. Tevens toewijzing van de vordering benadeelde partij van 275 euro wegens immateriële schade (feit 1).
De uitspraak op rechtspraak.nl