Rb. Haarlem 10 januari 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BP0426
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om afgifte van een reisdocument ten behoeve van, naar verzoeker stelt, zijn zoon. Dit kind, geboren in mei 2010 in India, is verwekt via ivf en een draagmoederconstructie. Verweerder weigert de afgifte van een reisdocument, omdat hij van mening is dat tussen verzoeker en het kind geen familierechtelijke betrekking bestaat, zodat het kind geen Nederlander is. Verzoeker, die zonder visum in India verblijft, heeft aangevoerd een groot belang te hebben bij schorsing van het weigeringsbesluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang. Ook is zij van oordeel dat de belangen van verzoeker en het kind op dit moment zwaarder dienen te wegen dan de belangen van verweerder. De voorzieningenrechter acht de precedentwerking gering. Aan verweerder wordt opgedragen om een nooddocument ten behoeve van het kind af te geven.
De uitspraak op rechtspraak.nl