Rb. Haarlem 29 juli 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5507
Wegens gebrek aan bewijsmateriaal heeft het openbaar ministerie per brief aan de raadsman van verzoeker laten weten dat de zaak is geseponeerd. De raadsman heeft zich namens verzoeker op het standpunt gesteld dat verzoeker thans recht heeft op en belang heeft bij een toewijzing van een verzoek tot beëindiging van de strafzaak als bedoeld in artikel 36 Sv. Bij de toepassing van artikel 36 van Wetboek van Strafvordering staat het belang van de verdachte voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde vervolging door het Openbaar Ministerie. Een beschikking van rechtbank waarin wordt verklaard dat de strafzaak tegen verdachte is beëindigd verschaft de verdachte in zo'n situatie duidelijkheid en maakt een einde aan een periode van onzekerheid. De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak aan de raadsman op 20 mei 2010 en aan verzoeker op 21 juni 2010 door het arrondissementsparket Haarlem schriftelijk is meegedeeld dat de zaak is geseponeerd. De officier van justitie heeft daar bij de behandeling van het onderhavige verzoekschrift aan toegevoegd dat het sepot onvoorwaardelijk is. Vastgesteld moet worden dat bij verzoeker geen onzekerheid meer kan bestaan over de eerder tegen hem aangevangen vervolging; deze is door het onvoorwaardelijk sepot geëindigd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoeker geen belang meer heeft bij een behandeling van zijn verzoekschrift als bedoeld in artikel 36 Sv en zal verzoeker daarom dan ook wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl