Rb. Haarlem 28 juli 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BN2787
Aanvaarding van de stelling van eiser tot verificatie zou er toe leiden dat het object van het voorrecht van de werknemer ex artikel 3:288 sub e BW ingevolge de 403-verklaring zou worden uitgebreid met het vermogen van moedervennootschap. Nu evenwel uit de tekst van artikel 2:403 BW slechts volgt dat de moedervennootschap ingevolge de 403 verklaring (hoofdelijk) aansprakelijk is voor schulden die uit rechtshandelingen van de dochtervennootschap voortvloeien, is daarvoor geen steun te vinden in de wet.
De uitspraak op rechtspraak.nl