Rb. Haarlem 30 maart 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9519

Fraude niet bewezen: bevel tot verwijdering van persoonsgegevens uit incidentenregister. Verzoekster is tijdens haar vakantie bij de familie van haar echtgenoot te Nigeria in een plaatselijk ziekenhuis behandeld. Voor die behandeling heeft verzoekster onder overlegging van een ‘Cash Receipt’ een bedrag van US$ 800,-- gedeclareerd bij haar ziektekostenverzekeraar Achmea. Omdat Achmea de hoogte van de declaratie ongeloofwaardig achtte, heeft zij - na een onderzoek ter plaatse te (laten) doen naar de behandeling van verzoekster en de betaling daarvoor - geconcludeerd dat verzoekster fraude heeft gepleegd, waarna Achmea is overgegaan tot opname van de gegevens van verzoekster en haar echtgenoot in het Incidentenregister en bij stichting CIS. Het verzoek, dat ertoe strekt dat Achmea wordt bevolen om de gegevens van verzoekers uit voornoemde registers te (laten) verwijderen, wordt toegewezen. Met Achmea is de rechtbank van oordeel dat de betaling van de US$ 800,-- naar fraude riekt, maar op basis van het aanwezige bewijsmateriaal kan niet worden vastgesteld dat verzoekers gefraudeerd hebben. Niet valt uit te sluiten dat verzoekers niet de daders van de fraude zijn, maar dat zij, zoals door hen ter mondelinge behandeling is betoogd, juist slachtoffer zijn geworden van een medewerker van het ziekenhuis, althans iemand die kon beschikken over kwitanties van het ziekenhuis. Volgt (gedeeltelijke) toewijzing met matiging van de gevraagde dwangsom.

De uitspraak op rechtspraak.nl