Rb. Haarlem 3 juni 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7364
Uitlevering aan Kroatië. Beroep op verjaring verworpen. Feit zou zijn gepleegd in de periode maart 1996 tot en met 4 juni 1996. De opgeëiste persoon is in januari 2008 op de luchthaven Schiphol aangehouden door de Nederlandse autoriteiten. Dit brengt met zich dat binnen twaalf jaren een daad van vervolging in Nederland is ingesteld zodat reeds om die reden de verjaring is gestuit. Tussen het moment waarop de dagvaarding door de Kroatische autoriteiten is uitgevaardigd en het moment van internationale signalering erg veel tijd is gelegen. Mocht dit een schending van de redelijke termijn inhouden, dan betreft dat om te beginnen een schending door de verzoekende staat waartegen de aangezochte staat in beginsel geen bescherming kan bieden. Voorts is de verzoekende staat partij bij het EVRM, zodat moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich voor de rechter in de verzoekende staat kan beroepen op door evenbedoeld verdrag beschermde rechten en compensatie van een eventuele schending in die procedure dient te worden verdisconteerd. Slechts in geval de opgeëiste persoon door zijn uitlevering zou worden blootgesteld aan een zodanig risico van een flagrante schending van enig hem ingevolge artikel 6 eerste lid, van het EVRM toekomend recht dat de op Nederland rustende verplichting dat recht te verzekeren aan de verplichting tot uitlevering in de weg staat, kan de rechtbank de uitlevering ontoelaatbaar achten. Een dergelijke schending acht de rechtbank echter niet aannemelijk geworden. De opgeëiste persoon heeft op 23 juni 2008 de Nederlandse nationaliteit heeft gekregen. De rechtbank heeft geconstateerd dat de Kroatische autoriteiten niet de garantie hebben afgegeven dat de opgeëiste persoon, indien hij wordt veroordeeld, zijn straf in Nederland mag ondergaan en dat deze straf wordt omgezet naar Nederlandse maatstaven. Dit is een vereiste voor uitlevering van Nederlanders (vgl. artikel 4 lid 2 UW). Dit kan echter niet leiden tot een ontoelaatbaarverklaring van het uitleveringsverzoek door de rechtbank, nu de minister hierover dient te beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl