Rb. Haarlem 24 april 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1357
Inkomstenbelasting. Toekenning opties. Het staat de inspecteur niet vrij om voorbij te gaan aan het gezamenlijk verzoek van eiser en werkgever tot uitstel van belastingheffing in het jaar van uitoefening, en (in strijd met dit verzoek) een aanslag op te leggen in het jaar waarin de opties zijn toegekend. Door het indienen van het verzoek is een situatie ontstaan waaraan dezelfde gevolgen zouden kunnen worden verbonden als aan een vaststellingsovereenkomst tussen eiser, zijn werkgever en verweerder . Nu eiser bewust heeft verzocht en derhalve akkoord is gegaan met het in de belastingheffing betrekken van het uit de opties voortvloeiende voordeel in het jaar van uitoefening is hij hieraan gebonden en kan hij de onderhavige navorderingsaanslag niet met vrucht afweren met een beroep op ambtelijk verzuim. Voorts kan geen beroep op het ontbreken van een nieuw feit worden gedaan, omdat het verzoek verweerder ten tijde van het opleggen van de primitieve aanslag niet bekend was.
De uitspraak op rechtspraak.nl