Rb. Haarlem 15 mei 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6431

Verzoek om inlichtingen van de Spaande ficale autoriteiten, ingevolge de Wet op de Internationale Bijstandverlening bij de heffing van belastingen (WIB). Geen schending van artikel 13, eerste lid, onder d WIB. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op dit punt, rust op degene die betwist dat de om inlichtingen verzoekende autoriteiten de gebruikelijke mogelijkheden hebben aangewend om in de eigen Staat de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, de bewijslast om haar stelling aannemelijk te maken. De om inlichtingen verzochte Staat mag, zolang dat bewijs niet geleverd is, afgaan op de mededeling van de om inlichtingen verzoekende Staat dat de gewenste informatie in eigen land niet verkrijgbaar is. Voorts is de voorzieningenrechter dat het geheel aan toepasselijke artikelen en met name ook de preambule behorende bij de Richtlijn, wijst in de richting van een plicht van verweerder om, indien aan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid, WIB is voldaan, over te gaan tot verstrekking van de door de bevoegde autoriteiten van Spanje gevraagde stukken. Er is dan ook geen sprake van een bevoegdheid tot het verstrekken van gegevens, maar van een plicht, terwijl in het onderhavige geval geen sprake is van een situatie als genoemd in artikel 13 WIB, op grond waarvan informatieverstrekking niet zou zijn toegestaan. Er is dan ook in tegenstelling tot hetgeen verzoekster heeft betoogd, geen ruimte voor een belangenafweging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen