Rb. Haarlem 8 november 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1859
Vordering van drie eisers op grond van onverschuldigd betaalde huur bedrijfsruimte. Kantonrechter komt tot de conclusie dat de eisende vennootschap niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze niet meer bestaat nu (in het faillissement van die vennootschap) ter verificatievergandering geen akkoord is aangeboden en de boedel van rechtswege mitsdien in staat van insolventie is komen te verkeren. Dat crediteuren 100% zijn voldaan doet daar niet aan af. De tweede eiser trad op als bestuurder en aandeelhouder van de vennotschap. Ook die eiser is niet-ontvankelijk omdat de vennootschap is opgehouden te bestaan. De derde eiser (in persoon dezelfde als de tweede eiser) procedeerde in persoon, maar had zelf geen betaling verricht, dus werd diens vordering afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl