Rb. Haarlem 4 juli 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY3237
Uit door primair bevoegd bestuursorgaan vastgesteld beleid voortvloeiende grenzen, die een administratief beroepsorgaan in acht heeft te nemen. Afwijking van dat beleid stelt bijzondere eisen aan motivering. Weduwe [A] heeft de gemeente Naarden verzocht toestemming te verlenen om haar overleden man op haar landgoed te begraven. De gemeente heeft dit verzoek op grond van het door de gemeente geformuleerde beleid, afgewezen, met name omdat geen sprake is van aantoonbare historische, emotionele binding met de grond. GS heeft het besluit van de gemeente vernietigd en [A] toestemming gegeven voor de gewenste particuliere begraafplaats. De rechtbank overweegt in de uitspraak dat de bevoegdheid van een administratief beroepsorgaan in het algemeen een zekere begrenzing vindt in expliciet door het primair bevoegde bestuursorgaan vastgesteld beleid, in die zin dat bij afwijking door een administratief beroepsorgaan van primair vastgesteld expliciet van toepassing zijnd beleid de draagkracht van de motivering bijzondere aandacht verdient. Voorts moet het administratief beroepsorgaan het gehele primair vastgestelde beleid bij beslissing in administratief beroep betrekken. De rechtbank concludeert vervolgens dat aan deze hogere eisen ten aanzien van de motivering van het besluit niet is voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl