Rb. Haarlem 11 augustus 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AU1151

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat, hoewel het standpunt van verweerder door verzoekster gemotiveerd is bestreden, verweerder zich in redelijkheid heeft kunnen baseren op de beschikbare medische gegevens welke - zoals ter zitting door verweerder is verklaard - mede zijn getoetst door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Naar dezerzijds voorlopig oordeel is verweerder niet dan na zorgvuldig onderzoek tot de conclusie geraakt dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat Alendroninezuur een risico voor de volksgezondheid kan opleveren in de zin van artikel 7d, eerste lid, van het Besluit registratie geneesmiddelen. In dit verband wordt overigens nog opgemerkt dat een voorlopige voorzieningsprocedure zich niet leent voor een gedetailleerde beoordeling van de aan de wederzijdse standpunten ten grondslag liggende onderzoeksgegevens. Voorts heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat de Deense autoriteiten het geneesmiddel Alendroninezuur, bij de registratie van dit geneesmiddel, ook reeds aan een toets hebben onderworpen wat betreft de volksgezondheid en dat die toets kennelijk niet heeft geleid tot het niet registreren van het geneesmiddel. Het enkele feit dat verzoekster tegen het registratiebesluit in Denemarken rechtsmiddelen heeft aangewend doet aan het voorgaande niet af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen