Rb. Groningen 21 november 2012, ECLI:NL:RBGRO:2012:BZ4354
PGB; budgethouder; formele rechtskracht; onverschuldigde betaling; slecht bewind PGB is toegekend aan het kind, dat als budgethouder is aangeduid. Betalingen zijn gedaan aan de moeder, als de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Nu tegen de beschikkingen waarbij de eindafrekeningen zijn vastgesteld, geen bezwaar is gemaakt, hebben deze beschikkingen formele rechtskracht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die met zich brengen dat in dit geval een uitzondering op de formele rechtskracht moet worden gemaakt. Menzis kan de voorschotten als onverschuldigde betaling van het kind terugvorderen. Het verweer van het kind dat er geen grond is voor een vordering uit onverschuldigde betaling omdat aan haar niets is betaald, slaagt niet omdat de betaling is gedaan aan haar wettelijk bevoegde vertegenwoordiger. De gevolgen van deze betaling treffen op grond van artikel 3:66 BW het kind als vertegenwoordigde. Voor zover moeder in haar verplichting om als wettelijk vertegenwoordiger de belangen van het kind te behartigen zodanig is tekortgeschoten dat sprake is geweest van slecht bewind, is zij jegens het kind op grond van artikel 1:253j BW aansprakelijk voor de daaraan te wijten schade. In vrijwaring wordt moeder veroordeeld de schade, te weten al hetgeen het kind aan Menzis zal moeten (terug)betalen, te vergoeden.
De uitspraak op rechtspraak.nl