Rb. Groningen 28 februari 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BP9784
Artikel 6.14, tweede lid, van de Mediawet 2008 is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met artikel 31 van de Universeledienstrichtlijn. Voorts stelt de rechtbank vast dat de in artikel 6.14, tweede lid, van de Mediawet 2008 opgenomen ontheffingsmogelijkheid betrekking heeft op de plicht om minimaal 15 televisiezenders in het analoge pakket aan te bieden. De rechtbank is van oordeel dat uit de MvT en de MvA niet kan volgen dat de in de wet neergelegde ontheffingsbevoegdheid ruimer dan wel anders dient te worden uitgelegd dan voortvloeit uit het wetsartikel. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de adviezen van de PR's niet draagkrachtig gemotiveerd en had verweerder deze niet aan de besluitvorming ten grondslag mogen leggen, aangezien deze voorbijgaan aan de gewijzigde omstandigheden voor wat betreft innovatie en de daaruit voortvloeiende digitalisering van het zenderaanbod. Voorts komen de adviezen van de PR's in strijd met artikel 6.21, tweede lid, van de Mediawet 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl