Rb. Groningen 2 juni 2010, ECLI:NL:RBGRO:2010:BM7432
In deze zaak ging het om een gerealiseerde erfafscheiding die op grond van het Bblb licht bouwvergunningplichtig was. Verweerder heeft de belanghebbende aangeschreven (artikel 43, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet) om de erfafscheiding binnen een termijn van drie maanden in overeenstemming te brengen met het door hem ingediende bouwplan. Vraag die voorlag was of verweerder de aanschrijving in de plaats heeft mogen stellen van de vereiste bouwvergunning. De rechtbank heeft die vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft de rb overwogen dat onder het toepassen van bestuursdwang mede wordt begrepen het herstel in de oude (rechtmatige) toestand dan wel de vorige toestand. Daarvan was in dit geval geen sprake, nu verweerder met de gegeven last onder dwangsom de realisatie van een geheel nieuw bouwwerk heeft beoogd waarvoor geen bouwvergunning is verleend. Om die reden kon de gegeven last niet mede worden begrepen als een bouwvergunning voor de werkzaamheden die daartoe noodzakelijk zouden zijn geweest. Verweerder was derhalve niet bevoegd om het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom te nemen. Nu het bestreden besluit onbevoegdelijk is gegeven is aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien. Het bezwaar tegen het primaire besluit is gegrond verklaard en het besluit is ingetrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl