Rb. Gelderland 20 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7782
Mulder; verkeersboete; proceskosten: advocaat als gemachtigde, geen toepassing van de vermenigvuldigingsfactor van 0,25 want geen rechtsbijstand op basis van no cure no pay, bijzonder geval als bedoeld in ECLI:NL:HR:2025:985.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
proces-verbaal/uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaakgegevens 11361400 \ BR VERZ 24-2959 \ 65489
cjib-nr / registratienr 262010771 / 016643
zitting van 20 maart 2026
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene]
wonende te [adres] [woonplaats]
betrokkene
gemachtigde mr. N.R. Coffi
tegen
de officier van justitie
De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter mr. J.M. Breimer, bijgestaan door N. Snijders-de Haan als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig, mr. J. Meerdink, medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Mr. N.R. Coffi is ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat, met verwijzing naar de beslissing van de officier van justitie en het ingediende beroepschrift, kort samen wat tussen partijen in geschil is.
De gemachtigde verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Het gaat hier om een multaradar die op zachte berm staat. Hier wordt erg veel over geschreven dat deze waterpas moeten worden gesteld en dat kan niet op een zachte ondergrond. De 0,25 korting is in dit geval niet van toepassing op de proceskostenvergoeding, omdat er geen sprake is van rechtsbijstand op basis van no cure no pay. Ik word betaald per minuut. Mijn contract is rechtstreeks met de cliënt en de nota gaat naar de cliënt. Er is geen afspraak met de cliënt dat de proceskostenvergoeding aan mij wordt uitbetaald. Bergers Rechtsbijstand is enkel de verwijzer, ik heb de zaak overgenomen. De hoorplicht is geschonden en er is sprake van een structurele schending. Ik verzoek u dat vast te stellen en er consequenties aan te verbinden.
De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
De hoorplicht is geschonden. De gemachtigde had verzocht om aanhouding. Het is het beleid van het openbaar ministerie dat daar reactie op komt. Dit is niet gebeurd. Ik verzoek u te volstaan met de vaststelling daarvan en de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en er verder geen consequenties aan te verbinden. Van het meetapparaat is er een NMI-verklaring van 10 juli 2023. Het meetmiddel is ingebouwd in een voertuig. De beroepsgrond dat het meetmiddel op een zachte ondergrond zou staan, kan daarom niet slagen. Hierbij verwijs ik naar het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:4240). Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de meting volgens de meetvereisten is verricht. Als het voertuig niet goed staat, wordt er geen foto gemaakt. De meting is juist en de gedraging is verricht. De redelijke termijn is overschreden. Ik verzoek u de sanctie daarom met 25% te matigen en het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.
De gemachtigde verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Er stond dus een busje waar het meetmiddel is ingebouwd. Dan vervalt die beroepsgrond. De redelijke termijn is overschreden, dus daarvoor wordt inderdaad verzocht om een matiging. Ik ben het niet eens met geen matiging voor de schending van de hoorplicht. Er moeten consequenties aan worden verbonden.
De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Per 1 oktober 2023 is de hoorplicht anders ingericht. We hebben onze processen aangepast, maar af en toe gaat het nog mis. De hoorplicht is nu goed ingericht. Het is enkel hier niet goed gegaan. Er is echter geen sprake van een structurele schending en daarom verzoek ik er geen consequenties aan te verbinden.
De kantonrechter sluit de behandeling en doet uitspraak.
Gronden voor de beslissing
Het beroep is tijdig ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB-nummer.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het, met het
voertuig met kenteken [kenteken] , 29 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1), op 26 oktober 2023 om 13.22 uur, te Lunteren, A30 Links hmp 17.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
In Wahv-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer
onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:7825).
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid: 134 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 129 km per uur.
Toegestane snelheid: 100 km per uur
Overschrijding met: 29 km per uur.”
Van de verweten gedraging bevindt zich een foto in het dossier.
Op de foto van de gedraging staat dat de meting is verricht met een MultaRadar CT, met typegoedkeuringsnummer TP8576. Uit de NMi-verklaring van 10 juli 2023 blijkt dat het meetmiddel is ingebouwd in een voertuig. De op de foto vermelde gegevens omtrent de meting komen overeen met de gegevens die daarover zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Op de foto staat een voertuig, in het midden van de foto.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de meting betrouwbaar, de verweten gedraging verricht en betrokkene hiervoor aansprakelijk.
Gemachtigde is niet door de officier van justitie gehoord op het beroep tegen de beschikking. Het gaat echter niet om een structurele schending, derhalve zullen er geen consequenties aan verbonden worden.
De redelijke termijn van 2 jaar, als bedoeld in artikel 6 EVRM, is overschreden. Gelet op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6369) wordt het sanctiebedrag met 25% gematigd.
Er zijn termen voor een proceskostenveroordeling voor de fase van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
De kantonrechter kent voor de fase van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie 1 punt toe voor het indienen van het beroepschrift, met een wegingsfactor van 0,5 – licht -. Op grond van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv wordt, nu de beslissing van de officier van justitie dateert van na 1 januari 2024, een vermenigvuldigingsfactor van 0,25 toegepast. Mr. Coffi was bij het opstellen en indienen van het beroepschrift immers niet betrokken.
De kantonrechter kent voor het verschijning ter zitting 1 punt toe, met een wegingsfactor van 0,5 – licht -. De vermenigvuldigingsfactor van 0,25 wordt hier niet toegepast, aangezien mr. Coffi optreedt in de hoedanigheid van advocaat en (dus) geen rechtsbijstand verleent op basis van no cure no pay. Ten aanzien van de door hem verrichte proceshandeling geldt dan ook op die grond dat sprake is van een bijzonder geval (als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985) waarin de wegingsfactor van 0,25 of 0,10 niet moet worden toegepast. De officier van justitie zal derhalve worden veroordeeld in de kosten tot een bedrag van € 583,75 (1 x € 934,- x 0,5 x 0,25 + 1 x € 934,- x 0,5).
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
- wijzigt de inleidende beschikking, in die zin dat de sanctie wordt gematigd tot
€ 237,75 (exclusief administratiekosten);
- verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat het CJIB de gestelde zekerheid gedeeltelijk aan betrokkene terugbetaalt;
- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten aan betrokkene tot een bedrag van € 583,75.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. J.M. Breimer, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: