Rb. Gelderland 3 juni 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:4191
Deze uitspraak gaat over de boete van € 8.542 die de minister aan eiseres heeft opgelegd vanwege de overtreding van de Meststoffenwet in het jaar 2019. Eiseres is het niet eens met de aan haar opgelegde boete. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Het beroep is gegrond omdat er aanleiding is om de boete (verder) te matigen vanwege de lange tijd die is verstreken tussen het uitbrengen van het boeterapport en het voornemen. De rechtbank volgt eiseres niet voor zover zij meent dat sprake is van rechtsverwerking door opgewekt vertrouwen. Ook het beroep met betrekking tot de overschrijding van de gebruiksnormen slaagt niet. De beroepsgronden die niet zien op de opgelegde boete laat de rechtbank buiten beschouwing (zie onder 4). Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 30 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:304
- CBb 4 oktober 2022, ECLI:NL:CBB:2022:687
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- CBb 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:2
- CBb 17 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:852
- ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2096
- CBb 2 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:365
- CBb 18 december 2018, ECLI:NL:CBB:2018:652
- CBb 22 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:187
- CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343